Activity image

Van idee tot icoon: Maak je eigen filmheld (of schurk!)

Ontdek de wereld van personages in film! In deze workshop van Concordia leren leerlingen hoe filmhelden, schurken en andere personages worden ontworpen en waarom uiterlijk, gedrag en verhaal zoveel invloed hebben op hoe een personage overkomt. Samen met een ervaren filmdocent ontdekken zij hoe filmmakers herkenbare en bijzondere personages creëren. Tijdens de workshop ontwerpen de leerlingen hun eigen filmheld, schurk of fantasiepersonage en brengen zij hun karakter tot leven.

Voorbereiding in de klas

Tijdens de voorbereidende les op school wordt het thema hands-on geïntroduceerd. Samen met de groepsleerkracht oriënteren leerlingen zich op filmkarakters. Vervolgens onderzoeken de leerlingen kenmerken van personages en hoe emotie overgebracht wordt. Zo ontdekken ze hoe ze zelf een personage met emoties kunnen maken. Groepen 7 en 8 maken een schets van hun filmkarakter.

Groepen 1, 2 en 3 - Kleibeesten
In deze workshop krijgen leerlingen een introductie over het gebruik van klei in animaties en hoe daar personages mee gemaakt worden. Ze gaan zelf aan de slag (uitvoeren) met het kleien van een personage. De gemaakte kleipersonages komen tot leven in een digitale mini-stopmotion! De totale tijdsduur van dit programma voor deze groepen is 60 minuten.

Groepen 4, 5 en 6 - Filmkarakters
In deze workshop krijgen leerlingen een introductie over het gebruik van klei in animaties en hoe daar personages mee gemaakt worden. Ze gaan zelf aan de slag (uitvoeren) met het kleien van een karakter in de vorm van een mens of voorwerp, en kleien daarbij twee gezichten met verschillende emoties die op het lijf van het karakter passen. Daarna komen de gemaakte kleipersonages tot leven in een digitale mini-stopmotion! 

Groepen 7 en 8 - Tekenfilmpersonage
In deze workshop krijgen leerlingen de mogelijkheid om de schets die ze hebben gemaakt in de voorbereidende les te perfectioneren voor een tekenfilm. Ze gaan aan de slag (uitvoeren) en tekenen hun eigen figuur twee keer met verschillende gezichtsuitdrukkingen die nodig zijn om hun karakterverandering te tonen. Daarna komen de gemaakte kleipersonages tot leven in een digitale mini-stopmotion! 

Tijdens het maakproces kijken leerlingen samen terug op hun werk en dat van anderen (reflecteren). Welke keuzes maakten ze? Wat werkte goed? Hoe breng je emoties over? In een gezamenlijk nagesprek blikken de leerlingen terug op het hele proces. Wat hebben ze geleerd over personages, emoties, samenwerken en verhalen vertellen? Wat vonden ze verrassend of juist lastig? Door ervaringen uit te wisselen ontdekken leerlingen dat film niet alleen iets is om naar te kijken, maar ook een krachtig middel is om jezelf uit te drukken en samen nieuwe verhalen te creëren (evaluatie).



Disciplines
Locaties
Groepen
Schooljaren
Kerndoelen
35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
  • Omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten.
  • Verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces.
  • Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Gebruiken van ideeën van andere makers als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Gebruiken van uitingen van kunst en cultuur als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen.
  • Bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
  • Kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur.
  • Verwoorden van eigen artistieke voorkeuren en vermogens tijdens het maakproces.
  • Bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen.
  • Beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers.
  • Gebruiken van vaktaal.
  • Vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur.
  • Verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
36 De leerling maakt kunstzinnige uitingen.
  • Gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk.
  • Verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en, gevoelens.
  • Ontwerpen en realiseren van toegepaste vormen van kunst.
  • Herinterpreteren van bestaand werk.
  • Beeldende materialen, technieken en gereedschappen.
  • Fotografische en filmische technieken.
37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
  • Omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten.
  • Uitwisselen van ervaringen in interactie met professionele makers.
  • Omgaan met uiteenlopende opvattingen en belevingen van anderen.
  • Vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen.
  • Maken van een kunstzinnige uiting als verwerking van een culturele en kunstzinnige ervaring.
  • Verkennen van kunstzinnige uitingen, kunststromingen en erfgoed in cultuur.
  • Verkennen van de functie en waarde van uitingen van kunst en cultuur voor zichzelf en de samenleving.
54 Kunstzinnige oriëntatie
  • De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
55 Kunstzinnige oriëntatie
  • De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
56 Kunstzinnige oriëntatie
  • De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
Bijzonderheden

De tijdsduur van het programma voor groepen 1, 2 en 3 is 60 minuten.

Lesmateriaal

Ervaringsvorm
Maken
Rolstoeltoegankelijk
Ja