Frame by Frame: Creëer je eigen animatie in het AnimatieLAB
Kom animeren en ontdek wat jij met film kunt doen! In het AnimatieLAB beleven leerlingen niet alleen wat animatie is — ze duiken er zelf in, onderzoeken, creëren en reflecteren samen met een professionele workshopdocent. In deze digitale speeltuin experimenteren leerlingen met beweging, beeld, geluid, vorm en verhaal. Stap voor stap ontdekken zij hoe stilstaande beelden tot leven komen.
Voorbereiding in de klas
De leerlingen oriënteren zich in de klas samen met de leerkracht op animatie. Ze verkennen vragen als: wat is een animatie? wat weten de leerlingen al van animatie? hoe ziet een animatie eruit? wie maakt een animatie? Voor deze voorbereidende les wordt gebruikgemaakt van een interactieve les via LessonUP.
De workshop:
Tijdens de workshop worden de leerlingen ontvangen in het AnimatieLAB en gaan zij samen met een professionele workshopdocent aan de slag. Ze experimenteren met verschillende vormen van animatie en onderzoeken hoe je met kleine veranderingen tussen beelden beweging kunt creëren.
In kleine groepjes bedenken leerlingen een eigen scène of kort verhaal. Vervolgens vertalen zij hun idee naar een animatie. Tijdens het maken leren zij keuzes maken, samenwerken, experimenteren en problemen oplossen. Daarbij is volop ruimte voor fantasie, spel en eigen ideeën. Niet het perfecte eindresultaat staat centraal, maar het ontdekken wat je met film en animatie kunt maken en vertellen.
Tijdens en na het maakproces kijken leerlingen samen terug op hun werk en dat van anderen. Welke keuzes maakten ze? Wat werkte goed? Hoe breng je beweging, emotie of spanning in beeld? Door hierover met elkaar in gesprek te gaan, leren leerlingen hun creatieve proces te verwoorden en ontdekken ze hoe film verschillende verhalen en gevoelens kan oproepen (reflecteren).
In een gezamenlijk nagesprek volgt de evaluatie van het hele proces. De leerlingen blikken terug op wat zij hebben geleerd over animatie, samenwerken en verhalen vertellen. Ze bespreken wat verrassend of uitdagend was en wat zij een volgende keer anders zouden aanpakken. Zo ervaren leerlingen dat film en animatie niet alleen iets zijn om naar te kijken, maar ook krachtige middelen zijn om jezelf uit te drukken en samen nieuwe werelden te creëren (evaluatie).
35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
- Omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten.
- Verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces.
- Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van ideeën van andere makers als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van uitingen van kunst en cultuur als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen.
- Bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur.
- Verwoorden van eigen artistieke voorkeuren en vermogens tijdens het maakproces.
- Bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen.
- Beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers.
- Gebruiken van vaktaal.
- Vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur.
- Verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
36 De leerling maakt kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk.
- Verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en, gevoelens.
- Ontwerpen en realiseren van toegepaste vormen van kunst.
- Fotografische en filmische technieken.
37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
- Omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten.
- Uitwisselen van ervaringen in interactie met professionele makers.
- Omgaan met uiteenlopende opvattingen en belevingen van anderen.
- Vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen.
- Maken van een kunstzinnige uiting als verwerking van een culturele en kunstzinnige ervaring.
- Verkennen van kunstzinnige uitingen, kunststromingen en erfgoed in cultuur.
- Verkennen van de functie en waarde van uitingen van kunst en cultuur voor zichzelf en de samenleving.
54 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
55 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
56 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.