Van Filmscript tot Première: Maak je eigen film
Ontdek hoe een film tot stand komt! In deze workshopreeks van Concordia maken leerlingen samen een eigen film op basis van een filmscript. Onder begeleiding van een ervaren workshopdocent leren zij hoe je een verhaal omzet naar beeld en ontdekken zij welke rollen er allemaal nodig zijn tijdens een filmproductie. Van acteren en filmen en acteren tot regisseren en rekwisieten: iedere leerling levert een eigen bijdrage aan het eindresultaat.
Voorbereiding in de klas
Tijdens de voorbereidende les maken de leerlingen kennis met de verschillende rollen binnen het maken van een film (oriënteren). De leerkracht vertelt bijvoorbeeld over de regisseur, filmer, acteur, decorbouwer en rekwisiteur. De leerlingen ontdekken dat samenwerken een belangrijk onderdeel is van film maken.
Daarnaast verdiepen de leerlingen zich in het filmscript waarmee zij later aan de slag gaan (onderzoeken). Zij lezen samen scènes uit het script, bespreken de personages en denken na over hoe het verhaal eruit zou kunnen zien in beeld. Welke sfeer past bij het verhaal? Welke locaties, kostuums of attributen zijn nodig? Zo bereiden de leerlingen zich stap voor stap voor op hun eigen filmproductie.
De workshopreeks
Na de voorbereidende les gaan de leerlingen tijdens minimaal twee filmmiddagen samen aan de slag met het maken van hun film. Onder begeleiding van een ervaren workshopdocent oefenen zij met acteren, cameravoering, geluid en filmtechniek. De leerlingen ontdekken hoe camerastandpunten, licht en spel invloed hebben op de sfeer van een scène. De leerlingen werken samen aan het opnemen van verschillende scènes (uitvoeren). Zij verdelen de rollen binnen de filmcrew en ervaren hoe het op een echte filmset werkt. Door samen te filmen, scènes opnieuw op te nemen en keuzes te maken in spel en cameravoering leren zij hoe een verhaal steeds sterker verteld kan worden.
Scholen kunnen ervoor kiezen om extra workshop momenten toe te voegen. Tijdens deze aanvullende workshops kunnen leerlingen bijvoorbeeld leren monteren, geluidseffecten toevoegen of experimenteren met special effects. Het is ook mogelijk dat de workshopdocent de montage van de film verzorgt.
Na afloop bekijken de leerlingen samen het eindresultaat en bespreken zij wat zij tijdens het proces hebben ontdekt (reflectie): hoe kwam het script tot leven in beeld, welke scènes werkten goed, en welke keuzes maakten het verhaal duidelijker of spannender? Tot slot kijken de leerlingen terug op het hele maakproces (evaluatie): hoe verliep de samenwerking, wat hebben zij geleerd over film maken, en waar zijn zij trots op? Zo ervaren leerlingen hoe een film stap voor stap ontstaat en hoeveel creativiteit en samenwerking daarbij komt kijken.
Première op het grote scherm?
Dat kan! De gemaakte film kan feestelijk vertoond worden op het witte doek bij Concordia. Tijdens deze bijzondere première ervaren leerlingen hoe het is om hun eigen film terug te zien in een echte filmzaal. Samen kijken zij naar het eindresultaat en beleven zij hun eigen verhaal alsof het een échte bioscoopfilm is. Zo wordt het creatieve proces op een feestelijke manier afgesloten.
35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
- Omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten.
- Verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces.
- Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van ideeën van andere makers als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van uitingen van kunst en cultuur als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen.
- Bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- Kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur.
- Verwoorden van eigen artistieke voorkeuren en vermogens tijdens het maakproces.
- Bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen.
- Beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers.
- Gebruiken van vaktaal.
- Vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur.
- Verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
36 De leerling maakt kunstzinnige uitingen.
- Gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk.
- Verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en, gevoelens.
- Ontwerpen en realiseren van toegepaste vormen van kunst.
- Beeldende materialen, technieken en gereedschappen.
- Muzikale technieken en instrumenten.
- Fotografische en filmische technieken.
- Spel- en acteertechnieken.
37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
- Omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten.
- Uitwisselen van ervaringen in interactie met professionele makers.
- Omgaan met uiteenlopende opvattingen en belevingen van anderen.
- Vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen.
- Maken van een kunstzinnige uiting als verwerking van een culturele en kunstzinnige ervaring.
- Verkennen van kunstzinnige uitingen, kunststromingen en erfgoed in cultuur.
- Verkennen van de invloed van tijd en plaats op het werk van makers.
- Verkennen van de functie en waarde van uitingen van kunst en cultuur voor zichzelf en de samenleving.
54 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
55 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
56 Kunstzinnige oriëntatie
- De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
Geheel ontwikkeld voor het gespecialiseerd onderwijs. Aantal workshopmomenten in overleg in te plannen.